Het is 26 juli 2050. Zoals iedere ochtend poets ik mijn tanden en schuif ik aan bij de ontbijttafel. Terwijl mijn glas door mijn keukenrobot wordt gevuld met melk hoor ik een herkenbaar gezoem aan de voorkant van mijn huis. Ik open de voordeur en neem het verse brood aan dat door een drone naar is gebracht. Via een camera op de drone zwaai ik naar de bakker die ik vervolgens via mijn mobiele app betaal.

Mijn zoon, nu nog niet geboren maar dan al volop aan de studie, is klaar met zijn ontbijt en stapt in zijn zelfrijdende auto op zonne-energie. Achter het stuur leert hij nog even door voor het tentamen dat hij deze ochtend heeft. Mijn dochter, romanticus dat ze is, stapt liever op de fiets. “Vroeger deed jij alles op de fiets, toch papa?” Ik knik met een glimlach en zwaai haar uit terwijl ze de hoek om gaat.

Ik werk niet meer voor Twente Mobiel. Met alle technieken van vandaag de dag zijn files en andere mobiliteitsproblemen gelukkig verleden tijd. In plaats daarvan geef ik nu wereldwijd voorlichting om jonge mensen bewust te maken waar het allemaal begonnen is. Ik stap in de zelfrijdende auto die ik 10 minuten eerder besteld heb. Ik geef hem opdracht om naar Amsterdam te rijden, maar niet voordat we twee mede-passagiers hebben opgehaald. De auto geeft precies aan waar ik iemand een lift kan aanbieden en zo auto én de kosten kan delen. Aangekomen in Amsterdam kijk ik op mijn smartwatch. Nog één uur voordat ik in Parijs moet zijn. Dat geeft me nog net genoeg tijd voor een kopje koffie. Een kwartier later stap ik in de Hyperloop die mij binnen 30 minuten naar de Franse hoofdstad brengt. Volledig ontspannen doe ik mijn verhaal. De kinderen in de zaal kijken mij met grote ogen aan. “Moest u echt 20 minuten wachten op de volgende trein?!” “Moest een postbezorger echt meerdere keren langskomen voordat hij de bewoners thuis aantrof?!” Lachend geef ik antwoord op hun vragen. Zij zijn onze toekomstmuziek, wij zijn voor hen een melodietje uit de verleden tijd.

Later die avond zit ik thuis op de bank. Mijn zoon komt met neergeslagen schouders thuis. “Tentamen niet goed gegaan?” vraag ik. “Ik was te laat!” Even later, als mijn zoon is uitgeraasd over de automatische parkeergarage met technische storing begin ik te lachen. “Dat is niet leuk pap! Had jij vroeger nooit last van problemen in de techniek?” Ik schud mijn hoofd. “Nee zoon, vroeger gingen wij op de fiets. En als ik zo naar jou luister, dan was dat helemaal zo slecht nog niet.”

Reageer op dit artikel